Vraagprogramma NRM 2010


1. Algemeen
De hieronder genoemde criteria zullen als richtsnoer gelden voor de regionale of interprovinciale selectiecommissies. Na aanmelding beslist de NRM-rundveeshowcommissie in laatste instantie over definitieve deelname aan de keuring van zowel dochtergroepen als individuele dieren.

2. Individuele dieren
Bij individuele dieren worden de CRV gefiatteerde melklijsten beoordeeld. Bij lactaties langer dan 305-melkdagen geldt de door CRV gefiatteerde 305 dagen-melklijst. Uiteraard is het streven er op gericht om de allerhoogste top zowel qua productie als exterieur tijdens de NRM te presenteren. De dieren worden naar leeftijd in rubrieken ingedeeld. Als richtsnoer gelden de volgende criteria:

Vaarzen De eerste gegevens vanuit de melkproductieregistratie dienen naar inzicht van de voorselectiecommissie acceptabel te zijn; dat wil zeggen dat de voorspelde 305-dagenproductie globaal moet voldoen aan de eisen die onderstaand gesteld worden aan een eerste lactatie.

Driejarige en oudere koeien In de te publiceren lactaties dient het aantal kg vet en eiwit in de eerste lactatie minimaal 540 (roodbont 500) en in de tweede en volgende lactatie minimaal 620 (roodbont 560) te bedragen. Bij meerdere lactaties dienen er minstens twee aan de gestelde eisen te voldoen. De voorselectie vindt regionaal plaats.

3. Demonstratie dochtergroepen proefperiode
Deelname aan dit onderdeel is slechts mogelijk op uitnodiging van de NRM-rundveeshowcommissie voor dochtergroepen van KI-stieren uit de proefperiode. Per dochtergroep vijf dieren in de ring en zes dieren op stand, zowel bij vaarzen als bij oudere dieren.

4. Demonstratie dochtergroepen fokperiode
Voor alle vaderdieren met dochtergroepen, vijf dochters in de ring en zes dochters op stand, gelden de volgende richtlijnen (basis 2010).
a. zwartbont een NVI hoger dan 0;
b. roodbont een NVI hoger dan 0.
Na de vrije aangifte volgt er indien noodzakelijk een selectie door de NRM-rundveeshowcommissie.

5. Demonstratie rasgroepen
Deelname aan dit onderdeel is slechts mogelijk op uitnodiging van de NRM-rundveeshowcommissie voor rasgroepen, wel mogen de dieren van verschillende vaders zijn die elk voor zich op hun Nederlandse rasbasis een NVI hoger dan 0 (basis 2010) hebben. Per groep vijf dieren in de ring en zes dieren op stand.


6. Voorwaarden m.b.t. de dieren in dochtergroepen en rasgroepen
Uitgangspunt bij de selectie van vaarzen in dochter- en rasgroepen is dat deze dieren hebben afgekalfd op een maximale leeftijd van 32 maanden (2.08 jaar).
Niet in Nederland geboren dieren kunnen alleen deelnemen als ze vanaf 1 maart 2010 daadwerkelijk en onafgebroken deel hebben uitgemaakt van het Nederlandse runderbestand en als zodanig in het CRV-stamboek zijn geregistreerd.

7. Inschrijfkosten dochtergroepen en rasgroepen
Aan de inzending van dochtergroepen, zowel van proef- als fokperiode en rasgroepen zijn inschrijvingskosten van € 1.000,- per groep verbonden. Hiervoor wordt het logo van de inzender op het naambord van de stier dan wel het ras vermeld.

Reglement rundveeshow
1. De NRM vindt plaats op 25 en 26 juni 2010 in het Veemarktcomplex te Utrecht. De tweede dag, zaterdag 26 juni worden de individuele dieren gekeurd.

2. De aanmelding voor deelname dient vóór 7 april 2010 bij het hoofdkantoor van CRV binnen te zijn.

3. Er zal een voorselectie plaatsvinden. Deze wordt georganiseerd vanuit het CRV hoofdkantoor. Uitgangspunt bij de selectie van de vaarzen is dat deze dieren hebben afgekalfd op een maximale leeftijd van 32 maanden (2.08 jaar).

4. In de catalogus zullen van de individuele dieren, voor zover mogelijk, twee volledige lijsten worden vermeld. Bij meer dan twee zullen de beide hoogste lijsten (qua kg vet en eiwit) worden gepubliceerd, terwijl van vaarzen de voorspelde 305 dagen productie zal worden opge-nomen. De lactatiewaarde en de koe-index zullen niet worden opgenomen.

Aantallen dieren per regio die per keuringsstandaard verwacht worden:

    zwartbont roodbont
Totaal Noord 67 8
Totaal Oost 41 38
Totaal Zuid West 42 27
    __________ __________
Totaal   150 73

5. Alle voor de show aangemelde dieren en hun ouders en grootouders dienen geregistreerd te zijn in het CRV-stamboek. De inzenders dienen deel te nemen aan de door CRV goedgekeurde MPR.

6. Alle voor de show aangemelde dieren dienen vanaf 6 april 2010 onafgebroken in het bezit te zijn van de inzender.

7. Niet in Nederland geboren dieren kunnen alleen deelnemen als ze vanaf 1 maart 2010 daadwerkelijk en onafgebroken deel hebben uitgemaakt van het Nederlandse runderbestand en als zodanig in het CRV-stamboek zijn geregistreerd.

8. De individuele dieren mogen niet voor afloop van de keuring worden afgevoerd.

9. Alle dieren dienen op de dag van de show melkgevend te zijn.

10. Alleen de in de catalogus vermelde dieren mogen worden opgesteld.

11. De opstelling in de hal is per eigenaar.

12. De deelnemers zijn verantwoordelijk voor het tijdig verschijnen van de dieren in de ring. Het te laat verschijnen kan uitsluiting van deelname tot gevolg hebben. Ook dienen de deelnemers aanwijzingen van de organisatie, juryleden en functionarissen op te volgen. Het niet opvolgen hiervan kan eveneens uitsluiting van deelname en/of verwijdering uit de uitslag van alle dieren van de betreffende inzender tot gevolg hebben.

13. Voor ruwvoer, stro en krachtvoer en dergelijke zorgt de organisatie.

14. De begeleiders van alle dieren op beide dagen van de show dienen gekleed te zijn in een witte broek, een wit overhemd (zonder opdruk) en met NRM-stropdas en wit schoeisel. De begeleiders mogen geen hoofddeksel dragen.

15. De zwartbonte dieren moeten voorzien van een zwart halster worden voorgebracht, de roodbonte dieren met een bruin halster.

16. Per dier zal in de ring slechts één begeleider, voorzien van NRM hesje, worden toegelaten.

17. De uitspraak van de jury betreffende de beoordeling van de dieren is bindend.

18. De voorselectie en de keuring geschiedt naar de zwartbont-, dan wel de roodbontstandaard.

19. De inzenders van de hoogst geplaatste dieren dienen medewerking te verlenen aan de kampioenskeuring en het fotograferen van hun dieren.

20. Bij het prepareren van de dieren gelden de richtlijnen vastgesteld door de WHFF. Als er overtredingen worden geconstateerd, na controle door deskundigen dan wel jury, wordt het dier van deelname uitgesloten. Controle kan ook achteraf plaatsvinden, waarbij bij geconstateerde overtredingen het dier alsnog achteraf uit de plaatsing kan worden gehaald.

21. Het risico verbonden aan deelname aan de NRM is voor rekening van de inzender. Wel zullen de dieren collectief worden verzekerd. Het maximaal uit te keren bedrag bedraagt € 4.500,- per dier.

22. De NRM vindt plaats conform de veterinaire voorwaarden die zijn vastgesteld door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

23. Gezondheidseisen
Het NRM-bestuur heeft besloten dat:
IBR
Alle dieren afkomstig van niet gecertificeerd vrije bedrijven dienen gevaccineerd te worden.

Lepto
Alleen dieren van Leptospirose-vrije bedrijven mogen aan de manifestatie deelnemen. In dit kader dienen de bedrijven van de inzenders tevens op het moment van de definitieve selectie leptospirosevrij te zijn.

BVD
Alle dieren afkomstig van niet gecertificeerd vrije bedrijven dienen onderzocht te worden op de aanwezigheid van BVD-virus. Indien al eerder een onderzoek heeft plaatsgevonden op de aanwezigheid van BVD-virus, is de uitslag van dat onderzoek geldig, mits het rund op het moment van onderzoek ouder was dan 4 maanden. Alleen BVD-virusvrije dieren worden tot de NRM toegelaten.


Bijlage bij vraagprogramma NRM 2010

Toelichting IBR

IBR
Het NRM-bestuur heeft besloten dat alle dieren die worden opgesteld gevaccineerd dienen te worden, als zij afkomstig zijn van niet gecertificeerd vrije bedrijven, met een geïnactiveerd gE-negatief IBR-vaccin, volgens het voorschrift van de fabrikant. De laatste vaccinatie dient niet korter dan twee weken voor de manifestatie plaats te vinden.

Wanneer gecertificeerde vrije bedrijven willen deelnemen, is dit op eigen risico van de veehouder/eigenaar. De GD adviseert dieren afkomstig van gecertificeerd vrije bedrijven te vaccineren met een levend gE-negatief IBR-vaccin, volgens het voorschrift van de fabrikant.
Na terugkomst van de dieren op het gecertificeerde bedrijf, krijgt dit bedrijf de observatiestatus. De deelnemende dieren dienen dan vier tot acht weken na terugkomst serologisch te worden onderzocht.